5 Regels voor een goede dialoog

5 Regels voor een goede dialoogRegels voor een goede dialoog Pakhuis de Règâh Pakhuis de Zwijger in Den Haag Pakhuis de Regah Pakhuis de Reiger Pakhuis de Zwijger in Den Haag Bazaar of Ideas Edgar Neo

  1. In je duim zit: goed luisteren (de duim steek je ook op wanneer je iets goed vindt)
  2. In je wijsvinger steekt: niet te vlug je mening op tafel leggen, niet schieten op de ander (de wijsvinger wordt nogal eens gebruikt om schuldigen aan te wijzen)
  3. Met de middenvinger wordt bedoeld: stel heel veel goede vragen (de middenvinger is daarom ook de langste vinger)
  4. De ringvinger staat voor: bouw verder op de ideeën van de ander en respecteer de ander (de ring aan een ringvinger wijst immers op verbondenheid)
  5. De pink ten slotte zegt: hou het kort en bondig als je iets zegt (de pink is niet voor niets de kleinste vinger)

    Wat is een Dialoog?
    Naast conversatie, discussie & debat en flow (creativiteit) bestaat dialoog als vierde communicatievorm. Een dialoog is ideaal om met elkaar van gedachten te wisselen en te komen tot nieuwe inzichten. Het is samen bouwen om tot deze inzichten te komen. Hierbij gebruikmakend van de diversiteit in een groep mensen. Het is steeds onderzoeken wie het passende puzzelstukje heeft. Het helpt mensen om in een tijd van transitie de juiste keuzes te maken en de ‘chaos’ die een transitie met zich meebrengt enigszins te doorzien en handelingsperspectieven te bieden.

    Kenmerken van een dialoog
    Een dialoog kan je al met twee personen voeren – de interne dialoog niet meegeteld. Deelnemers aan een dialoog worden beschouwd als partners, als deelgenoot in de communicatie. Zij zijn geen tegen- of medestanders. Tussen de gesprekspartners is gelijkwaardigheid aanwezig. Zo gelden bijvoorbeeld de formele functies niet tijdens een dialoog. Bijdragen van een ieder tijdens de dialoog worden serieus genomen. De ander zegt niet zomaar iets. Vanuit zijn of haar context dan wel perspectief wordt een aanvulling gegeven op het voorgaande of iets nieuws gezegd. We proberen elkaar telkens te begrijpen. Zo nodig worden vragen gesteld om te achterhalen of begrepen wordt wat de ander heeft willen vertellen. Centraal staan de persoonlijke ervaringen, het eigen denken, voelen en beleven. Deze zaken krijgen een belangrijke plaats in de dialoog. Er zijn geen autoriteiten waar we op (zullen) terugvallen. Luisteren en doorvragen zijn belangrijker dan zelf aan het woord komen en te blijven. Zo letten we er goed op dat een ieder de kans krijgt om haar of zijn inbreng te hebben. We zijn allen verantwoordelijk om de ‘behoeften’ van de anderen te peilen en hieraan binnen redelijke grenzen tegemoet te komen. We houden rekening met elkaar en communiceren hier dan ook duidelijk over.

    Het gaat er dus uitdrukkelijk niet om, om het met elkaar eens te zijn of te worden. Verschillen in visie, levenservaring en meningen die lijnrecht tegenover elkaar staan maken de dialoog alleen maar dynamischer en interessanter. We zoeken naar manieren om met de waargenomen verschillen constructief om te gaan. De onderliggende vraag is: Hoe komen we gezamenlijk verder? Het gaat om het begrijpen van een ieder en om te onderzoeken of er een ‘gezamenlijke grond’ – een basis is – die we delen. Het Engels heeft het dan zo treffend over een common ground. Om zo tot een dieper begrip te komen.